Na ontbijt in het hotel zijn we de stad uitgereden, het binnenland in.
Vlak achter de oceaan liggen bergen en het regenwoud. Achter de heuvels is het land weer vlak: de Atherton Tablelands. Eerst naar Kuranda gereden, een zeer toeristisch plaatsje met diverse markten; koffie gedronken. Daarna de Baron Falls bekeken, een waterval die te bereiken is via een boardwalk. Doorgereden naar Mareeba en daar Granite Gorge bezocht, een gebied met grote granieten rotsblokken. Je kon daaar wallabies
voeren, wat we uiteraard gedaan hebben. Hele makke beestjes, die zo uit je hand eten. De wallabies hier zijn er natuurlijk aan gewend. Verder wat rondgelopen en geklommen. Een deel van dit gebied is overstroomd, door de aanhoudende regen van de afgelopen periode; het water stroomt met enorm veel geweld. Eenmaal in de auto ging het regenen, een echte moesson regen met grote druppels. Binnen het kwartier koelde het af van 34 naar 22 graden. In Yungaburra hebben we in de middag een hotel
gezocht: Williams Lodge, een Bed & Breakfast met een eigen keukentje op de kamer, waar fruit, melk een brood is neergezet. Met een geleende papaplu even een rondje door het plaatsje gelopen. De gebouwen zijn van begin 20e eeuw en hebben allemaal een veranda. Het ziet er allemaal heel lieflijk uit. Geprobeerd de zeer zeldzame vogelbekdieren te zien (Platypus heten ze hier), maar die
zijn er alleen bij schemering. Drankje op de veranda bij de pub gedronken, waar vooral veel locals waren. Daarna heerlijk gegeten bij Flynn’s buiten onder de luifel.
